Ben je hier nieuw?

Na vier jaar werken bij het tankstation heb ik afgelopen zondag ontslag genomen. Zondag was ook gelijk mijn laatste dag.
Vreemd genoeg waren er die dag maar liefst twee klanten die vroegen of ik nieuw was. Dit gebeurde me wel vaker, maar dat het me twee keer gevraagd werd op mijn laatste werkdag vond ik wel erg frappant.
Nee! Ik ben niet nieuw! Ik heb er potverdorie vier jaar gewerkt! En daarom vraag ik, als ik zelf de klant ben, dus nooit aan mensen of ze nieuw zijn.

Typisch

Ik zat in de studiezaal toen ik opeens kerkklokken hoorde luiden.

Vreemd. Want het was twintig voor twaalf. En de klok van de naastgelegen kerk klinkt anders en loopt over het algemeen op tijd.
Toen zag ik een student haastig de studiezaal verlaten met zijn telefoon in de hand. Meteen hield het klokgelui op.

Kerkklokken als ringtone.

Theologen…

Maandverbandreclames

Maandverband. Wie heeft er geen hekel aan?
En maandverbandreclames. Daar moet je haast wel een nog grotere hekel aan hebben. Net zoals tamponreclames trouwens. Ik had het er laatst over met mx92n zus en zij vindt de reclames net zo belachelijk als ik.

Wie heeft bijvoorbeeld bedacht dat maandverband te vergelijken is met een flipperkast? Met parasols? Of met een paardenbloem? In deze laatste reclame, van een niet nader te noemen maandverbandmerk, zien we een reusachtige paardenbloem, waarvan de pluisjes zijn vervangen doorx85 jawel! Maandverband! Vreemd. Want wat heeft maandverband te maken met bloemen? Van bloemen word ik blij, van maandverband niet.
En dan die touwtjespringende vrouwenx85 wie heeft in godsnaam bedacht dat dat vrouwen aanspreekt? Vast een man.

En wie heeft toch bedacht dat de vrouwen in deze reclames altijd zo fris en fruitig en vrolijk moeten zijn? Ze zijn oh zo blij met hun goede merk maandverband en lopen dan zo zelfverzekerd rond. Ze zien er zo perfect uit. En ze hebben altijd van die leuke, blauwe jurkjes aan. Waarom?

Waarom maken ze niet eens een realistische reclame? Geen vrouwen die vrolijk zijn, omdat ze zulk goed maandverband hebben, maar vrouwen die op de bank hangen, onder een dekentje, met chips en chocola binnen handbereik. Huilend om een film, of om een verhaal op Hart van Nederland, over een mank hondje dat bxedjna onder een auto kwam, maar nog nxe8t op tijd door de overbuurman werd gered.
Vrouwen die er niet stralend uitzien, maar die dof en vet haar hebben, en pukkels. Vrouwen die zich dik voelen en chagrijnig zijn. Zo rond het eind van de reclame hoor je een (meelevende en vrouwelijke) voice-over die zegt dat, hoewel je je ontzettend belabberd voelt, je je in elk geval niet druk hoeft te maken om je maandverband of tampons, want die werken gewoon goed.

Klaar.
Hoe moeilijk kan het zijn.

En als ze dan ook nog een actie doen dat je bij twee pakken maandverband een gratis stuk chocola krijgt, stijgen de omzetcijfers met 100 procent. Neem dat maar van mij aan.

Regen

Ik vind dat fietsers altijd voorrang zouden moeten hebben als het regent.

Interessant

Ik hoorde vandaag dat er in Nederland 14.000 vrijgezelle miljonairs wonen.

Misschien moet ik toch eens op onderzoek uit.

Ergernissen

Dat de stofzuiger met een flinke snelheid tegen je enkels botst.

Dat je volle vuilniszak lek is en een spoor van yoghurtspetters achterlaat door het hele huis.

Dat je met je scheermesje in je been snijdt en het pas merkt als het bloed al op de vloer druppelt.

Dat het in augustus 14 graden is.

Dat je allemaal lekkere recepten wilt maken uit je nieuwe muffin- en chocoladekookboeken met als consequentie dat je over een tijdje niet meer in je spijkerbroeken past.

Dat je 's avonds wilt stoppen met het lezen van dat leuke boek, maar dat je toch een keer zal moeten gaan slapen.

Dat je nodig moet stofzuigen maar geen zin hebt.

Dat je haar niet goed zit omdat je het wilt laten groeien en het dus uit model is.

Dat fruitvliegjes jouw huis gebruiken als vaste woon-/verblijfplaats.

Dat de bankgiro loterij twee keer op xe9xe9n dag belt.

En dat de telefonisten van de bankgiro loterij niet gexefnteresseerd zijn in het feit dat je niet gexefnteresseerd bent.

Dat er alleen maar zwarte en grijze leggings verkocht worden.

Dat ze op de radio zes keer per dag hetzelfde liedje draaien.

Dat je niet weet wat je op brood moet doen.

Dat je 's ochtends de wasmachine aanzet en je je dat 's avonds laat pas weer herinnert.

Dat internetpagina's heel langzaam inladen.

Dat je wind tegen hebt.

Dat verkoopsters in kledingzaken zich bemoeien met wat je aan moet trekken.

Dat de persoon in de auto voor je aan het bellen is en daardoor steeds bijna in de berm of op de andere weghelft belandt.

Dat mensen mistlicht voeren terwijl het niet mistig is.

Dat mensen op een rotonde pas richting aangeven als ze al aan het afslaan zijn.

Dat fietsers, op een weg die aardedonker is, hun licht niet aan hebben.  

Dat ouders hun kinderen niet onder controle kunnen houden.

En dat ze dan dus schreeuwend en jankend door straten en winkels rennen omdat ze per se dat ene snoepje willen hebben.

En dat ze het dan nog krijgen ook.

Dat mensen in de supermarkt hun mandje scheef op de stapel zetten zodat je eigen mandje er niet meer op past.

Dat je elke week twee penisvergrotingen aangeboden krijgt.

Dat je niet kunt stoppen met chocola eten.

Dat augustus al weer voorbij is.

Een rit met hindernissen

Maandagochtend.
Ik pak al m'n spullen bij elkaar om zo op de motor te stappen, om naar Kampen te gaan. Na al die regen dit weekend, hoop ik dat ik het vandaag droog zal houden, maar na een blik op de buienradar wordt die hoop meteen de grond in geboord. Het mag in Coevorden dan droog zijn, een paar kilometer verderop regent het schijnbaar pijpenstelen.
En inderdaad, na een minuut of tien rijden, begint het al te spetteren. Als ik even later op de autoweg rij, begint het serieus te regenen. Of nee, het begint te hozen. Voor me rijdt een vrachtwagen dus ik ga wat langzamer rijden om afstand te houden vanwege het opspattende water. Later wordt de regen weer wat minder. Om een paar minuten daarna weer net zo hard te beginnen.
Opeens zie ik een lading modder op de weg liggen. Als je slechts twee wielen onder je hebt, wil je echt niet door modder heen rijden, helemaal niet als het regent. Gelukkig zie ik het op tijd en kan ik er rustig omheen rijden. 
Uiteindelijk verlaat ik de autoweg en rij ik verder over een 80-weg. Het is een weg die tussen weilanden door loopt. De wind heeft er dus vrij spel. En aangezien het nogal waait vandaag, heb ik veel last van zijwind. Bovendien begint het weer hard te regenen.
De weg ziet er glibberig uit. De wind duwt de motor van links naar rechts. Het voelt alsof ik geen grip meer heb en elk moment omver geblazen kan worden. Ik ga wat langzamer rijden en glibber met een gangetje van zestig kilometer per uur over de weg.
Gelukkig is deze weg niet lang. Bij een rotonde sla ik af en ik kom op een wat minder glibberige weg terecht. Het regent niet meer zo hard en ik kijk wat om me heen. Als mijn blik weer naar de weg glijdt, zie ik vlak voor me, precies op mijn pad, opeens iets op de weg liggen. Iets dat op een baksteen lijkt.
Mijn hart slaat over. In een fractie van een seconde gaan er allerlei gedachten door mijn hoofd: "Ik kan hem niet meer ontwijken!" "Het is te laat! Ik ga vallen!" "Ga er omheen!" "Niet hard remmen want de weg is nat!" "Ik ga dood!" Ik zie voor me hoe ik onderuit ga, met motor en al over de weg glijd en gewond in het naastgelegen weiland beland.
Het enige wat ik kan doen, is het gas loslaten.
Ik wacht op de val.
Maar er gebeurt niks.
Ik haal diep adem. Probeer kalm te worden. Ben ik er toch nxe9t bij langs gereden? Of ben ik er wel overheen gereden maar was het geen baksteen? Maar ik heb helemaal niks gevoeld. En het leek toch echt precies op een baksteen.
Ach, wat maakt het ook uit. Ik leef nog! Het was mijn tijd nog niet!
Inmiddels ben ik bijna in Kampen. En ja hoor, zodra ik thuis ben, is het droog en begint de zon te schijnen.

Even wat liefde tanken?

Tijdens mijn werk bij het tankstation kom ik veel verschillende mensen tegen:

Zaterdagmiddag. Vaste klant, het type beleefde, oudere, welvarende man, komt tanken.
"Hallo!" zeg ik.
"Dag meidtie, hoe is het met de verkering?"
Ik ben even verrast door deze vraag die geheel uit het niets komt, en zeg dan: "Goed!"
Ik heb geen verkering, maar dat betekent niet dat het per definitie slecht gaat, dus vandaar.
"Hoe heet 'ie?" vraagt de man. Tegelijkertijd zeg ik: "Ik red het prima in m'n eentje."
Nu is hxedj verrast. "Geen vriendje?" Hij kijkt me tegelijkertijd verwonderd, teleurgesteld, en enigszins medelijdend aan.
"Nee." Ik probeer zo opgewekt mogelijk te klinken zodat het niet lijkt alsof ik diep in de put zit vanwege mijn vriendjesloosheid.
"Echt niet? Hoe kan dat nou?"
"Ach ja…" Ik haal m'n schouders op.
Hij vraagt nog wat andere dingen ("Ga je nog op vakantie?", "Ga je nog uit vanavond?"), waar ik antwoorden op geef die hem nog meer verbazen ("Nee." "Nee.")
Eenmaal binnen, bij de kassa, merkt hij mijn collega S. op, die de auto's wast. Hij ziet in hem meteen een nieuw slachtoffer.
"Hoe is het met je vriendinnetje?" vraagt hij aan hem, terwijl hij veelbetekenend naar mij wijst.
Ik kijk de man verschrikt aan terwijl S. antwoordt dat hij geen vriendinnetje heeft.
"Oh? Ik dacht dat jullie tweetjes…" hij kijkt vragend. En bloedserieus.
"Nee!!" zeg ik.
"Ja," zegt S. tegelijkertijd, "maar dat weet ze nog niet."
Ik werp S. een vernietigende blik toe.
De man is eindelijk klaar met betalen. Ik wens hem een prettig weekend in de hoop dat hij snel vertrekt.

Twee weken later. Zaterdagmiddag.
Er komt een bloedrode Ferrari aanrijden. Die zien we niet zo vaak bij het tankstation. Dit is voor mij de tweede keer in vier jaar. Dezelfde vaste klant stapt uit. Ik kreun inwendig en loop dan naar buiten om hem te helpen.
"Dag meidtie," klinkt het. "Oh, ik tank zelf wel even hoor."
"Prima," zeg ik. De klant is immers koning.
Collega S. is ook weer aanwezig. Uiteraard komt hij even bij de Ferrari kijken. Hij stelt wat vragen en zo komen we erachter dat de auto 25 jaar oud is.
Daarna grijpt de man zijn kans. "Hoe is het met de liefde?"
Ik ben te verbaasd over het feit dat hij er alweer over begint. Ik staar hem aan.
"Dat vroeg u laatst ook al," zegt S.
"Oh. Nou ja, ik dacht dat jullie twee misschien weer wat hadden."
Al mijn sirenes gaan af. "Sorry," zeg ik enigszins verontwaardigd, "maar zei u nou 'weer'??" Mijn idee dat de klant koning is, verdwijnt razendsnel naar de achtergrond.
De man kijkt ons aan.
"Wij hebben niks hoor." zegt S.
"En nooit gehad ook!" voeg ik toe.
"Och, nou ja, je weet maar nooit," zegt de man. Hij loopt mee naar binnen om af te rekenen. Als hij weg is, kijken S. en ik elkaar verbaasd en ietwat lacherig aan. We komen tot de conclusie dat we het maar een rare kerel vinden.

De volgende keer vraag ik hem hoe het met zijn huwelijk is. Kijken wat hij dan zegt…

WoW – Artikel

Ik zit in de trein. Het is rustig. Er zit alleen een jongen aan de andere kant van het gangpad. Ik ben verdiept in een artikel over het milieu.
Kort nadat we zijn weggereden bij het station, komt er iemand de coupxe9 binnen. Ik zie dat de voeten bij mij blijven staan, dus ik kijk op.
Een man. En hij kijkt naar mij.
"Hoi!" zegt hij.
"Hoix85"
Hij gaat tegenover me zitten. Voordat ik het weet, schudt hij mijn hand en drukt er een roos in.
"Goed je te zien! Je ziet er mooi uit. Ik was al bang dat je niet in de trein zou zitten," ratelt hij.
"Eumx85" begin ik.
"Maar je bent er! Ik heb wel eens gehad dat iemand niet op kwam dagen, echt lullig. Sorry, maar ik ben een beetje zenuwachtig. Maar we gaan er een leuke avond van maken. Toch?"
Voordat ik kan antwoorden gaat hij verder.
"Ik hoop dat de film leuk is. En ik heb op internet een leuk restaurantje gevonden."
Hij valt even stil en ik grijp mijn kans.
"Ik heb gxe9xe9n idee waarover u het hebt," zeg ik.
Hij staart me aan. Zijn mond een eindje open.
"Maarx85 maar jij bent toch Judith?"
Ik houd met moeite mijn gezicht in de plooi. "Neex85"
Hij knippert. "Dit is toch de derde coupxe9?"
"Geen idee."
Hij wordt rood, mompelt iets en snelt de coupxe9 uit. Dan komt hij weer binnen, grijpt de roos uit mijn hand en holt weer weg.
Ik kijk naar mijn medepassagier en we barsten in lachen uit.

 

Fictie

Middernachtelijke brand

Dinsdagavond rond half xe9xe9n.

Vriendin A. en ik zijn op weg naar huis. We hebben gegeten bij een vriendin en het is nogal laat geworden.
Het is rustig op de weg. Dan zien we een eindje verderop een brandweerauto, met sirenes aan, wegrijden bij de kazerne. A. en ik zijn wel nieuwsgierig, maar we hopen vooral dat het niet onze huizen zijn die in vlammen opgaan. Ik zeg dat ik net een inboedelverzekering heb afgesloten (na zo'n acht maanden verzekeringsloos wonen) en dat ik dus, als het mijn huis is, in ieder geval verzekerd ben.
Dan zien we een rookwolk. Hmm… toch wel een serieuze brand dus. We fietsen inmiddels in het park en menen ook een rode gloed te zien. We kijken elkaar eens aan en besluiten om toch nog maar even een blokje rond te fietsen om te kijken wat er in brand staat. "Dan slaap ik wat rustiger," aldus A. Maar we zijn ook vooral nieuwsgierig.
We fietsen onze steeg in, maar rijden onze huisjes voorbij. Bij de IJssel fietsen we de steeg uit en verbijsterd door het aanblik stappen we af. Een grote vlammenzee woedt aan de overkant van de rivier. "Jezus…" zeg ik.
We lopen een eindje verder terwijl we proberen te ontwaren wat er in de fik staat. Een jongen die ook staat te kijken, zegt dat het de Buitenwacht is, een restaurant en uitgaansplek waar veel jongelui komen. Ondertussen komt er iemand langslopen die vraagt of we een vuurtje hebben. Haha. Grappig.
Geschokt kijken we toe. We horen van een voorbijganger dat de bewoners van het blok huizen achter de brand al gexebvacueerd zijn en dat er twaalf brandweerauto's zijn. Maar ik hou in m'n achterhoofd dat deze informatie misschien niet klopt. Ik zie in elk geval wel veel zwaailichten en een enorme rookwolk. De vlammen schieten de lucht in. We hopen dat er geen mensen binnen waren toen de brand uitbrak en dat de woonhuizen, die behoorlijk dichtbij staan, niet ook in brand gaan.
Een vriendin van A. komt bij ons staan en we besluiten een eindje door te lopen om te kijken of we het dan beter kunnen zien. Daar zien we pas hoeveel kampenaren op de been zijn. Veel van hen zijn aan het sms'en of aan het filmen.
Even later twijfelen A. en de vriendin of ze en stukje de brug op zullen lopen om het gebeuren beter te kunnen aanschouwen. Dit idee spreekt mij niet bijzonder aan. Maar terwijl ze overleggen, rijdt een politieauto de brug op om de brug te ontruimen.
Terwijl we als gehypnotiseerd naar de vlammen staren, horen we gekraak. Er stort iets in. Dan horen we gegil. We kijken elkaar verontrust aan en hopen dat er niet iemand ligt dood te gaan terwijl wij op een afstandje staan toe te kijken.
Rond half twee kondig ik aan dat ik maar eens naar huis ga. A. gaat mee. Ze wil alleen eerst nog kijken of de snackbar nog open is, want ze heeft trek. Brand maakt hongerig. Helaas is in Kampen alles na middernacht dicht, dus geen patat voor A.
Bij onze huizen aangekomen (we zijn buren) besluiten we onze ramen maar dicht te houden, vanwege de eventuele rooklucht en misschien ook wel enge giftige stoffen. Want de rook gaat dan wel hoog over de binnenstad heen, het waait wel in onze richting.
Voordat ik ga slapen, kijk ik even op internet en daar lees ik dat er brandweerkorpsen uit heel Overijssel op de been zijn om de brand onder controle te houden. Het pand werd verbouwd, dus er was gelukkig niemand aanwezig. Wel zouden er gasflessen liggen en kwam er waarschijnlijk asbest vrij… Misschien had ik toch niet moeten gaan kijken dan… Ik ben blij dat ik weer thuis ben en hou mijn ramen angstvallig dicht. Maar dan bedenk ik dat als ik niet was gaan kijken, ik geen idee had gehad van de brand en dus ook niet van het asbest. Dan was ik gaan slapen met de ramen wijd open en zou ik de hele nacht asbest ingeademd kunnen hebben. Misschien toch geluk voor mij dat we even op onderzoek zijn gegaan in het holst van de nacht.

Disclaimer | Privacy & Cookie | Copyright notice | Voorwaarden | Melding maken

©2003 - 2012 Weblog.nl is onderdeel van Sanoma Media Netherlands groep.